Dementie is een verzamelnaam die een breed scala van ziekten en hersenaandoeningen inhoudt waarbij over een periode van maanden tot jaren een achteruitgang ontstaat in mentale vermogens.

Hierbij kan een daling in geheugencapaciteit worden gemerkt naast moeilijkheden binnen andere functies van het denken.

Aandachtsfunctie, planningsvermogen/abstract redeneren, herkenning, taalvorming  en het vermogen om taken uit te voeren, kunnen in min of meerdere mate zijn aangetast.

Dit resulteert uiteindelijk in het ontstaan van problemen bij het uitvoeren van allerlei taken in het dagelijks leven. Bijkomend kunnen er ook veranderingen ontstaan binnen de gevoelswereld en de gedragingen van de patiënt.  Depressieve klachten, angsten, ontstaan van waanideeën en hallucinaties zijn hier enkele van.

Verschillende aandoeningen kunnen aanleiding geven tot een dementieel beeld.

Dit kan gaan om neurodegeneratieve ziektebeelden waarbij er verlies is van zenuwcellen in de hersenen.

Vanaf de leeftijd van 65 jaar heeft ongeveer 1% van onze bevolking te maken met een dementieel beeld, een percentage dat verder stijgt met de leeftijd.

Bij een groot deel van deze groep mensen (ongeveer 60%) gaat het om een ‘Alzheimer-dementie’. Hoewel de oorzaak hiervan nog niet volledig bekend is kan er zenuwcelverlies worden opgemerkt (beginnend in de hippocampi, structuren van belang voor het geheugen, en later uitbreidend naar de rest van de hersenen).  Verder wordt er nog een neerslag van het eiwit ‘tau’ in de zenuwcellen gezien alsook een neerslag van amyloïd-eiwit tussen de zenuwcellen. Het klinisch beeld bestaat hier uit langzaam voortschrijdende geheugenproblemen waarbij vaak ook nog andere mentale en gedragsmatige veranderingen ontstaan.

Andere neurodegeneratieve aandoeningen zoals bijvoorbeeld ‘Lewy-body-dementie’, ‘parkinson-dementie’ en ‘frontotemporale kwabdementie’ dienen van ‘Alzheimer’ te worden onderscheiden. Ook structurele veranderingen in de hersenen zoals herseninfarcten en hersenbloedingen, tumoren, ontstekingen… kunnen een dementie veroorzaken. Tevens kunnen invloeden van buitenaf de hersenen zoals alcohol/drugs/medicatie, infecties, stofwisselingsproblemen en tumoren buiten het zenuwstelsel mentale en gedragsmatige problemen veroorzaken.

Diagnosestelling op de raadpleging bestaat uit een uitgebreid gesprek met patiënt en familie.  Verder een klinisch neurologisch onderzoek en een evaluatie van de mentale functies.

Dit kan in tweede tijd verder uitgebreid worden door middel van een uitgebreide neuropsychologische evaluatie.  Dit met als doel om goed te kunnen inschatten welk type mentale functies minder goed functioneren.

Verder worden er meestal nog één of meerdere technische onderzoeken uitgevoerd zoals een bloedname, een EEG, een scanner van de hersenen alsook soms een lumbale punctie (om eiwitten in het ruggenmergvocht op te sporen die afwijkend kunnen zijn bij Alzheimer).

Soms besluiten we na deze onderzoeken dat er alleen een geheugenprobleem is, zonder echt van dementie te kunnen spreken. Dit noemen we ‘mild cognitive impairment’. In dat geval is een regelmatige opvolging van belang omdat dit vaak kan evolueren naar een Alzheimer dementie.

Afhankelijk van de resultaten van deze onderzoeken wordt dan per patiënt een optimaal behandelingsplan voorgesteld.  Dit kan bestaan uit ziekteremmende medicatie, soms uit medicatie om specifieke symptomen te behandelen, psychologische begeleiding, voorstel tot ondersteuning van patiënt en familie…

Een goede opvolging via de raadpleging neurologie blijft hier van groot belang, dit om adequaat te kunnen reageren op veranderende situaties binnen de medische toestand van patiënt.