Wat is epilepsie?

Epilepsie, soms in de volksmond ook “vallende ziekte” genoemd, is een neurologische aandoening die gekenmerkt wordt door het herhaaldelijk optreden van voorbijgaande episodes van bewustzijnsverlies, verandering van het gedrag of van bepaalde neurologische symptomen. Men spreekt van epilepsie als zich minstens 2 epileptische aanvallen voordeden.

De meest gekende vorm van een epileptische aanval is de zogenaamde tonisch-clonische aanval, waarbij patiënten het bewustzijn verliezen en spiertrekkingen vertonen over het gehele lichaam. Soms is er ook urineverlies en sommige patiënten bijten bij zo’n aanval ook op hun tong. Nadien kunnen patiënten ook suf of verward zijn.

Er kunnen zich ook aanvallen voordoen met een bewustzijnsverandering of afwezigheid zonder dat er echt sprake is van een bewustzijnsverlies. Dergelijke aanvallen kunnen heel kortdurend zijn.

Als laatste vorm zijn er nog de aanvallen waarbij enkel trekkingen van een lichaamsdeel optreden zonder dat enige vorm van bewustzijnsverandering optreedt.

Epileptische aanvallen en epilepsie kunnen optreden op elke leeftijd. Per jaar word ongeveer bij 45 op 100 000 mensen de diagnose van epilepsie gesteld. Een epileptische aanval kan zich op elke leeftijd voordien.

Mogelijke uitlokkende factoren voor een epileptische aanval zijn slaaptekort, alcohol of ander druggebruik, uitgesproken stress, …

Uitwerking

Wanneer er bij een bepaalde patiënt een vermoeden is van epilepsie dan is een neurologische evaluatie absoluut aangewezen. Dit houdt in dat de aard van de aanvallen wordt overlopen met patiënt en dat de medische voorgeschiedenis en risicofactoren voor epilepsie in kaart worden gebracht. Er zal ook een lichamelijk neurologisch onderzoek uitgevoerd worden, waarbij gezocht wordt naar afwijkingen die op een onderliggende neurologische aandoening kunnen wijzen.

Een tweede stap bestaat uit het afnemen van een EEG. Een EEG is een onderzoek waarbij een opname wordt gemaakt van variaties in de elektrische activiteit van de hersenen op verschillende regionen van het hoofd. Deze elektrische activiteit wordt gegenereerd door de zenuwcellen in de hersenen. Het onderzoek is pijnloos en bestaat uit het plaatsen van verschillende elektroden over de gehele schedel. Dan wordt een opname gemaakt gedurende een 10 à 15 minuten. Tijdens de opname zal gevraagd worden de ogen af en toe te openen. Er zal een hyperventilatieproef uitgevoerd worden gedurende verschillende minuten om op die manier bepaalde mogelijke afwijkingen uit te lokken. Als laatste zal ook een stimulatie met lichtflitsen worden verricht.

Soms wordt ook een langduriger EEG of een EEG na slaapbeperking afgenomen.

Afhankelijk van het verhaal van de patiënt en de resultaten van het EEG kan dan beslist worden of een aanvullende hersenscan (CT of MR scan) aangewezen is.

Soms worden ook bijkomende onderzoeken van het hart gedaan om andere oorzaken van het bewustzijnsverlies op te sporen.

Behandeling

Wanneer de diagnose van epilepsie gesteld wordt, zal een behandeling met anti-epileptische medicatie gestart worden. Bij de keuze van de medicatie wordt rekening gehouden met verschillende factoren: de aard van de aanvallen, de medische voorgeschiedenis en de leeftijd van de patiënt, andere medicatie die ingenomen wordt, …

Ongeveer 70% van de patiënten wordt aanvalsvrij met behandeling, 50 % blijft langdurig aanvalsvrij.

Wanneer een patiënt na proberen van 2 anti-epileptica  niet aanvalsvrij is, wordt gesproken van een refractaire of moeilijk behandelbare epilepsie. In dat geval kan bekeken worden of een patiënt in aanmerking komt voor andere behandelingen zoals heelkunde.

Rijongeschiktheid

Een belangrijk punt is dat de wet bepaalt dat na het doormaken van een epileptische aanval de patiënt voor een bepaalde periode rijongeschikt is. De duur van deze periode van rijongeschiktheid is afhankelijk van verschillende factoren en dient met de neuroloog besproken te worden.